Artikel uit: Dental Tribune – netherlands edition – mei 2015
Tekst: Ben Adriaanse

Maarten Bekkers studeerde in 2008 af als tandarts (RU Nijmegen) en specialiseerde zich sindsdien in de esthetische en reconstructieve tandheelkunde. Hij is door de NVVRT erkend als gespecialiseerd restauratief tandarts en is momenteel werkzaam bij tandartspraktijk Staas & Bergmans. Ook is hij trainer op het gebied van smile design, partiële keramiek en restauratieve tandheelkunde. Tijdens het KNMT Jaarcongres geeft Bekkers van 11.40-12.30 uur een voordracht getiteld ‘De voordelen van Digital Smile Design’.

Digital Smile Design, wat moeten we ons daarbij voorstellen?

Het staat voor het maken van een ideale berekening van wat je kunt of wilt gaan bereiken bij de patiënt en dit vervolgens te laten zien in de vorm van bewerkte foto’s en een wax-up. Je kunt het beschouwen als een maquette waar je alleen van de buitenkant de grote lijnen laat zien. Zo’n maquette geeft een goed beeld van het eindresultaat en geeft een patiënt dus veel meer oriëntatie dan voorlichting alleen. Mijn lezing gaat over de hanteerbaarheid van Digital Smile Design (DSD) in uitgebreide en minder uitgebreide vorm binnen tandheelkundige planningen.

Is DSD een concrete methode, of is het meer een filosofie van werken?

Het is een concept dat ontwikkeld is door de Braziliaanse tandarts en tandtechnicus Christian Coachman. Hij bedacht een methode om specifieke patiëntfoto’s in Keynote te plaatsen en daarin met behulp van verschillende tools tekeningen van de ideale gebitssituatie te maken. Die zijn vervolgens door de tandtechnicus om te zetten op patiëntmodellen. Zo kun je komen tot een ideale wax-up met een ‘smile design’ dat je uiteindelijk aan de patiënt laat zien in de vorm van een try-in. Voor mij is deze werkwijze onderdeel geworden van een totaalbehandelconcept. Ik begin geen esthetisch of uitgebreid restauratief traject meer zonder dat ik eerst een DSD gedaan heb.

Hoe moet een tandarts beginnen met het inzetten van dit concept? Kan hij er zo mee aan de slag?

Het is raadzaam om eerst een training te volgen. Zelf heb ik in Florence een training gehad van Coachman zelf, maar inmiddels zijn er meerdere tandartsen die zich op het concept toegelegd hebben en er soms ook trainingen in geven, waaronder ikzelf. Je wordt daarbij vooral bedreven gemaakt in het hanteren van Keynote. Hiervoor heb je wel een Apple-computer nodig; met PowerPoint kan het ook, maar ik vind Keynote zelf prettiger werken. Als je met dat programma vertrouwd raakt en de foto’s leert bewerken met het gereedschap dat je erbij krijgt, krijg je langzamerhand smile design onder de knie. Het is daarbij belangrijk er in het begin veel tijd in te investeren: hoe meer je oefent, hoe sneller je ermee wordt.

Interv_Bekkers-van-DentalTribune_2015_04_maaike

Je als ongeoefende tandarts creatief uitleven in Photoshop levert niet hetzelfde resultaat op?

Zeker niet. DSD is niet te vergelijken met photoshoppen. Er zitten heel specifieke bewerkingen in het programma waarmee je foto’s in combinatie met de aangeleverde tools kunt groeperen, bijsnijden, vergroten enzovoort. Er vindt daarbij geen bewerking van de foto’s zelf plaats. Het zijn dusdanig ingewikkelde bewerkingen dat je er zonder training niet zomaar komt. Je kunt je patiënt beter geen foto of waxmodel voorleggen dan een slecht en haastig gemaakt brouwsel, zoals ik dat helaas weleens ben tegengekomen.

Hoe reageren patiënten op zo’n visuele weergave van een mogelijk eindresultaat?

Alle patiënten reageren erg positief. Het visualiseren in combinatie met een goed uitgewerkte analyse maakt het eenvoudiger om het eindresultaat aan de patiënt uit te kunnen leggen. Als ik de patiënt twee weken na het maken van de foto’s terugzie en de try-in wordt in de mond gezet, dan is eigenlijk iedereen, ook de aanvankelijk meer sceptische patiënten, positief over wat ze zien. Het geeft een zekerheid van werken die ook patiënten op prijs stellen.

Hoe nauwkeurig kan het eindresultaat met de bewerkte foto’s en try-in benaderd worden?

Heel nauwkeurig, want er vindt voortdurend interactie plaats met het smile design als je met een werkstuk bezig bent. Met de try-in maak je in eerste instantie zichtbaar waar je naartoe wilt werken. Maak je een goed DSD, dan houd je al rekening met eventuele tandstandverandering en/ of tandvleescorrecties die nodig zijn. De wax-up is vervolgens de handleiding voor een minimaalinvasieve behandelaanpak. Daarna maak je de tijdelijke restauraties op basis van je DSD, zodat je kunt beoordelen of er aanpassingen gedaan moeten worden, en werk je naar de uiteindelijke restauraties toe. In elk stadium kun je foto’s maken en die in Keynote bewerken. Zo bouw je controlemomenten in tot en met het einde van de behandeling.

DSD is dus niet alleen een aardige gimmick vooraf, maar ook naderhand een referentie om het doel in het oog te houden.

Zeker. Ik zie het als de handleiding bij de behandelingen die ik uitvoer.

Zouden esthetische behandeltrajecten beter verlopen als elke tandarts met DSD zou werken?

Bij mij werkt het heel goed, al besef ik me dat je wel handig moet zijn met digitaal bewerken in Keynote. Direct noodzakelijk is DSD misschien niet, maar ik denk dat tandartsen die esthetisch georiënteerd zijn hiermee een prachtige mogelijkheid hebben om hun werk nog voorspelbaarder en leuker te maken. Je brengt de communicatie met de patiënt immers merkbaar naar een ander niveau. Als behandelaar moet je je overigens realiseren dat je alleen een maquette toont. De functionele eigenschappen van de nieuwe situatie staan er los van en kunnen aansluitend op het DSD in een totale wax-up worden uitgewerkt, voordat überhaupt tot de behandeling wordt overgegaan.

In welk opzicht maakt DSD het werk leuker?

Als ik voorspelbaar en weefselbesparend kan werken en de patiënt uiteindelijk tevreden de deur uit gaat, omdat hij precies heeft gekregen wat we samen van tevoren in goed overleg hadden bedacht, is dat voor mij een ideaal scenario en heb ik een leuke dag gehad. Het geeft voldoening als je een duidelijk met elkaar vastgelegd doel kunt bereiken. Patiënten moeten erop vertrouwen dat de tandarts zorgt voor een mooi en functioneel eindresultaat, maar als ze vooraf kunnen zien waar ze het voor doen en daarbij inspraak hebben, is dat zeker bij esthetische indicaties pure winst.

Pure winst, qua behandelresultaat althans. DSD klinkt patiëntvriendelijk, maar is het niet erg tijdrovend om met de patiënt een dergelijk traject in te gaan? Er is vast geen speciaal tarief voor…

Het is absoluut een tijdsinvestering die je doet, en daarbij komt het plezier in het werk weer om de hoek kijken. De voldoening die ik krijg door de interessante patiënten en casus zou ik niet willen missen. Daar komt bij dat er een behoorlijke leercurve zit in het werken met DSD. In het begin deed ik er een uur of twee over om het proces te doorlopen, nu gemiddeld een minuut of twintig. Dat valt dus best mee, en je krijgt er veel voor terug.

Wat zijn belangrijke do’s en don’ts bij het vormgeven van een esthetische behandeling, al dan niet met DSD?

Het belangrijkste is om de patiënt zorgvuldig voor te lichten over alle mogelijkheden. Vul daarbij niet voor de patiënt in wat hij graag zou willen. Ik werk voor mijn patiënten altijd een ‘ideaal behandelplan’ uit en bekijk met hen samen de analyse in DSD. Als zij vervolgens aangeven voor een compromis te willen gaan – een eenvoudigere of goedkopere oplossing – dan ga ik de andere opties met hen verkennen. Een andere valkuil is dat de tandarts aanstuurt op de behandeling die hij persoonlijk het leukste vindt of het beste beheerst. Enerzijds is het wenselijk om te doen waar je goed in bent, anderzijds moet de wens van de patiënt wel leidend zijn. Dat tandartsen vanuit omzetoverwegingen vaak dure behandelingen zouden adviseren, geloof ik overigens niet. Waarschijnlijk is dat meer een angst die bij sommige patiënten leeft. Bij een patiënt met gave elementen in de goede verhoudingen moet je niet gaan beslijpen en er een restauratief werk overheen gaan zetten. Dan is orthodontie meestal de beste oplossing. Minimaal-invasief handelen moet in mijn visie voorop staan.

Patiënten stellen anno 2015 hogere esthetische eisen dan vroeger. Is het weleens zaak de patiënt in zijn wensen ‘af te remmen’?

Soms is dat inderdaad nodig. Ik krijg weleens patiënten in de stoel met een fraai gebit die toch een rij spierwitte facings willen naar het voorbeeld van Gerard Joling. Dan is het als tandarts zaak om je patiënt op de alternatieven te wijzen. Ook daar komen de voordelen van DSD terug: door het verschil te laten zien, kun je het gesprek aangaan of het gewenste resultaat wel echt zo gewenst is.

Voor welke differentiaties heeft DSD de meeste toegevoegde waarde?

In principe is het concept voor elk type tandarts interessant. Wel ligt het uiteraard voor de hand dat de esthetisch georiënteerde tandarts eerder geneigd zal zijn om op deze zorgvuldige manier de wensen van de patiënt mee te nemen en die als leidraad voor de hele behandeling te gebruiken. Als restauratief tandarts werk je met allerlei differentiaties samen, zoals de orthodontist, de parodontoloog, de endodontoloog en niet te vergeten de keramist. DSD kan helpen om het behandeldoel voor iedereen duidelijk te krijgen en het proces optimaal te plannen.

Zal DSD de komende jaren in Nederland snel zijn weg vinden?

Ik zie het aantal tandartsen dat er gebruik van maakt snel toenemen. Hoeveel het er op dit moment zijn, is moeilijk te zeggen. Vakgenoten met dezelfde interesses als ik zou ik in elk geval van harte aanraden om zich in DSD te verdiepen. Het is de effectiefste manier om de patiënt te laten zien welk resultaat hem te wachten staat: door het hem te tonen in de eigen mond.

Interv_Bekkers-van-DentalTribune_2015_04_web_Page_1

Interv_Bekkers-van-DentalTribune_2015_04_web_Page_2